Tuesday, April 27, 2010

CSD 18 van start



Van 3 tot en met 14 mei a.s. vindt in New York de "review-session" van de CSD cyclus over duurzame consumptie & productie, mijnbouw, transport, chemicalien en afval plaats. Iedere cyclus kijkt naar een deel van de de afspraken van m.n. Rio / Earth Summit in 1992 en de WSSD (World Summit on Sustainable development) 2002 in Johannesburg.

Wanda Cornelissen is voor deze cyclus benoemd tot vrouwenvertegenwoordiger in de Nederlandse regeringsdelegatie.
De afgelopen 2 maanden heeft Wanda zich samen met leden van de Commissie DO en oud vrouwenvertegenwoordigers gebogen over de belangrijkste zaken die zij kan en wil inbrengen in New York. Daarnaast nam zij deel aan de gezamelijke voorbereidingsgroep met de betrokken Ministeries en een aantal (vrouwen) organisaties.

Onderdeel van de voorbereiding was ook de bijeenkomst op 15 april jl. "Sprinkhanenstampot met jus", georganiseerd door de NVR - tijdens die bijeenkomst zijn de uitkomsten van CSD 17 geevalueerd (zie lager op dit blog)en is vooruit geblikt naar CSD 18 en 19.

Een korte (voorlopige) samenvatting van een aantal van de uitkomsten van deze bijeenkomst met circa 75 deelnemers van vrouwenorganisaties, betrokken ministeries, geinteresseerde bedrijven en organisaties:

Verslag discussiegroepen conferentie ‘Sprinkhanenstamppot met jus’ van 15 april 2010
Algemene conclusie & aanbevelingen CSD en vergelijkbare processen.
• Overheid ziet wel steeds grotere rol voor bedrijfsleven bij duurzaamheidsvraagstukken, maar zoekt nog naar rol van andere maatschappelijke organisaties. Met sommige van de “beroeps” en/of (grotere) thematische/ mileu organisaties lijkt wel contact te zijn, maar niet structureel bijv. met vrouwenorganisaties. Alle major groups moeten betrokken worden en zijn.
• Kleine(re) maatschappelijke organisaties hebben vaak nauwelijks middelen om deel te nemen op hoger niveau. De overheid zou hiervoor meer mogelijkheden en middelen moeten bieden, zeker als er wereldijd wordt opgeroepen tot meer betrokkenheid van de major groups
• Gender: Houd te allen tijde rekening met de impact voor vrouwen (zeker ook) in ontwikkelingslanden. Die moeten niet nog zwaarder belast worden, integendeel. Betrek lokale vrouwengroepen.
• Nodige gedragswijziging: Be the change!
• Kies voor een gedragssociologische benadering: Burgerparticipatie is belangrijk. Mensen hebben het al in zich het goede te doen. Het leerproces is een proces met mensen zelf, niet over mensen. Betrek mensen vanuit eigen-zijn bij duurzame vraagstukken. Goede rolpatronen en sociale voorbeelden in een gemeenschap zijn heel belangrijk. Dit zet uiteindelijk de sociale norm neer. Hoe dichter bij huis, hoe stimulerender het werkt. Draai het om: wat je wilt bereiken is de standaard (bijv. maak vleesvrij eten normaal/standaard. Wil je liever vlees eten dan moet je het aangeven. (Zo’n voorbeeld onthoudt goed.)
• Dichter bij onszelf: Think global, act local. Analogie met Agenda21: acties in gemeenten. Daar horen educatie en kennis bij. Het rijk moet gemeenten aanspreken (en faciliteren?). Denk eraan dat wij ook kunnen leren van bijvoorbeeld Ethiopiërs over duurzaam leven.
• Green economy: de prijs van een goed moet de reële prijs weergeven van wat iets kost (inclusief milieudruk)
• Betere handhaving van huidige regelgeving

Specifieke conclusie & aanbevelingen CSD 18/ 19:

DuCroPro (SPC):
• Reduce-reuse-recycle
• De menselijke dimensie lijkt ondergesneeuwd te worden in de productiepatronen. Te veel nadruk op milieu en te weinig om sciale consequenties(bijvoorbeeld kinderarbeid, arbeidsomstandigheden en beloning vrouwen) en gedragsverandering (pro-scociaal gedrag)
• Verminderen verspilling voedsel en verpakkingsmateriaal (overbodig verpakkingsmateriaal: teveel transport, 1-persoonshuishoudens) - Hoe maak je de keten korter en dus verpakking overbodig?
• Consumentenmentaliteit (weggooien eten is zonde, verder stimuleren losse verkoop (= winst verpakking en verkwisting voedsel), papieren zakken, recycling plastic verpakking)
• Blijkt heel moeilijk de consument direct te beïnvloeden; “sancties” werken over het algemeen niet. Er zijn al veel ‘trucs’ beschikbaar om gedrag te beïnvloeden m.n. door het zetten van een positieve / andere standaard. (Zie ook het verhaal van Henriëtte Prast.) Betrek mensen vanuit eigen-zijn bij duurzame vraagstukken. Goede rolpatronen en sociale voorbeelden in een gemeenschap zijn heel belangrijk (pro-sociaaal gedrag ). Dit zet uiteindelijk de sociale norm neer. Hoe dichter bij huis, hoe stimulerender het werkt. Draai het om: wat je wilt bereiken is de standaard. Transparantie en informatie op zichzelf leveren geen verandering van gedrag op, maar zijn wel noodzakelijke voorwaarden.
• Goed voorbeeld op scholen (verse en duurzame voeding, via netwerk rond school betrokkenheid en lokale producten organiseren: verbinding school en samenleving) op basis van zogenoemd Rome model. Integratie onderwijs-groen onderwijs-horeca-volkstuinen.
• VROM heeft duurzaam inkopen opgezet voor alle overheden. Goed initiatief. Pleidooi ook andere overheden (in andere landen) en VN oproepen duurzaam in te kopen
• Inkoop op basis van de juiste prijs, niet de laagste (en neem welzijn daarin mee)
• Ministeries moeten voorbeeldfunctie vervullen en bijvoorbeeld groententuintjes stimuleren en lokale produce (conform DEFRA/ UK en Finland)
• Directe contacten met lokale producenten
• Laten we eens ophouden alles rond de aardbol te slepen (lagere arbeidskosten versus transport en mileukosten- analyse?)
• Green economy: de prijs van een goed moet de reële prijs weergeven van wat iets kost (inclusief milieudruk)
• Regels: Is het nuttig / nodig en mogelijk om minimumregels op te stellen voor duurzaamheid van producten? Eenduidige en berijpelijke labels en certificering is nodig
• Cyclisch denken: We moeten werken aan en denken in kringlopen. Produceren voor lokale markt en niet voor export.
• Schakels in de keten koppelen aan meer dan euro (duurzaamheidsaspecten). Lokale voedselvoorziening zo lokaal mogelijk maken, mondiale stromen verduurzamen. Gebruik kracht kleine producent met afzetafspraken (o.a. efficiëntie en transport).
• Transparantie: Op productniveau moet duidelijk en inzichtelijk zijn wat in de hele keten heeft bijgedragen aan dat product in begrijpelijke taal. Wat is de impact op milieu en sociale omstandigheden? Grote behoefte aan transparantie van eigen overheid en bedrijfsleven. Weet wat er gebeurt, zowel qua inhoudelijke kennis als goede initiatieven in het land.
• Innovaties: innovaties die hier bekend zijn en werken, maar die niet gecommuniceerd worden. Goede innovaties moeten beter verspreid worden.

Transport:
• Bevorder internationale samenwerking om samen oplossingen te vinden voor de transportproblemen. Nu wordt transport vooral nog gezien als een nationaal of lokaal probleem.
• Bevorder fietsen meer op wereldschaal. Neem NL als voorbeeld.
• Eigen vervoer en transport. Vliegen is zo normaal geworden. Maak mensen bewust van de gevolgen; Mondiale (reële) vliegtax (bestemmingsheffing) bepleiten bij CSD (is nationaal mislukt)
• Nederlandse vinding voor transport en afbreekbaar: bijv. : http://www.p-viation.nl
• Kijk nogmaals naar eerdere aanbevelingen CSD 14/15 over mobiliteit en transport

Afval:
• Verminderen verspilling voedsel en verpakkingsmateriaal (overbodig verpakkingsmateriaal: 1-persoonshuishoudens, arbeidsomstandigheden afvalverwerkers kwam ook nog aan bod). Hoe maak je de keten korter en dus verpakking (deels) overbodig?
• Nederlandse vinding voor transport en afbreekbaar
• Consumentenmentaliteit (weggooien eten is zonde, verder stimuleren losse verkoop (= winst verpakking en verkwisting voedsel), papieren zakken, recycling plastic verpakking)
Goed voorbeeld op scholen (verse en duurzame voeding, via netwerk rond school betrokkenheid en lokale producten organiseren: verbinding school en samenleving) op basis van zogenoemd Rome model. Integratie onderwijs-groen onderwijs-horeca-volkstuinen. Ander goed voorbeeld: St. Maartenkliniek, Nijmegen)
• een wereldwijd verbod op het verbranden van ‘afval’
• er moeten startegieen voor hergebruik worden ontwikkeld / geimplementeerd (cradle to cradle e.a.)
• verbeter de arbeidsomstandigheden voor de vuilniswerkers.

Cross cutting issues:
• Houd te allen tijde rekening met de impact voor vrouwen (zeker ook) in ontwikkelingslanden. Die moeten niet nog zwaarder belast worden, integendeel. Betrek lokale vrouwengroepen.
• Land and tenure rights for women
• Land and urban management and planning
• Enerzijds is informatie nodig voor bewustwording, waarom en wat is duurzaam, anderzijds is er angst voor een overload aan info (zie bijvoorbeeld greenlabels) waardoor juist het tegengestelde bereikt lijkt te worden. Voorlichting is geen informatie; toegankelijk maken/ ontsluiten van informatie (niet alleen “forwarden”) moet een hoge prioriteit hebben.
• Pleidooi voor educatie over duurzaamheidsvraagstukken op alle scholen, alle leeftijden. Via educatie verander je uiteindelijk de sociale normen
• Educatie moet altijd een cross-cutting issue zijn bij de CSD
• Ethische aspecten vertalen naar educatie. Maak ruimte voor spiritualiteit (bijvoorbeeld filosofie op school) in plaats van materialisme. Vooral de band met de bron behouden.
• Water moet altijd een cross cutting issue zijn/ blijven bij de CSD
• “vervuilen” moet in de prijs..

Mijnbouw:
• Handhaven ILO arbeidsomstandigheden regels
• Kijk nogmaals naar de aanbevelingen van CSd 14/15 o.a. over fijn stof

Naast een prioritietenlijstje uit deze aanbevelingen, zal Wanda e.a. combineren met inbreng en vaste thema's van de vrouwenorganisaties en de NVR.

Haar eerste eigen inbreng kunt u binnenkort hier verwachten.

1 reacties:

Conny Voordendag (NBvP, Vrouwen van Nu) said...

Beste Wanda Cornelissen,
De NBvP, Vrouwen van Nu wensen je heel veel succes en mooie resultaten tijdens de conferentie. Wij volgen de blog met belangstelling. Suggestie: twitter account maken voor de snelle berichtgeving en geregeld linkje naar een nieuwe blog post.

in ieder geval zullen wij geregeld een link naar de blog op ons twitteraccount/site plaatsen (@vrouwenvannu).
Vriendelijke groet, Conny Voordendag, namens de NBvP, Vrouwen van Nu